doorging
Uiterlijk
- Geluid: doorging (hulp, bestand)
- IPA: / ˈdorɣɪŋ / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈdɔːrχɪŋ/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈdɔːrɣɪŋ/
| vervoeging van |
|---|
| doorgaan |
doorging
- enkelvoud verleden tijd van doorgaan
- Ik doorging.
- Jij doorging.
- Hij, zij, het doorging.
- Ik doorging.
- ▸ ' 'Zo? Wat voor gesprek?' 'Zijn lordschap dreigde haar te ontslaan als ze ermee doorging .[1]
- ▸ het geluid van de naden in het asfalt toen ik de dag na het ongeluk in Mischa’s auto naar Queens reed, ka-deng, ka-deng, ka-deng: een regelmatig, aangenaam ritme, een hartslag, die leek te benadrukken dat het leven doorging op de plek waar ik naartoe reed.[2]
- ▸ het geluid van de naden in het asfalt toen ik de dag na het ongeluk in Mischa’s auto naar Queens reed, ka-deng, ka-deng, ka-deng: een regelmatig, aangenaam ritme, een hartslag, die leek te benadrukken dat het leven doorging op de plek waar ik naartoe reed.[2]
- Het woord doorging staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Victoria Holt“De bruid van Pendorric” (1973), SAGA Egmont, ISBN 9788726955583
- 1 2 Johan Harstad“Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500