Naar inhoud springen

doorging

Uit WikiWoordenboek
vervoeging van
doorgaan

doorging

  1. enkelvoud verleden tijd van doorgaan
    • Ik doorging. 
    • Jij doorging. 
    • Hij, zij, het doorging. 
    ▸ ' 'Zo? Wat voor gesprek?' 'Zijn lordschap dreigde haar te ontslaan als ze ermee doorging .[1]
    ▸ het geluid van de naden in het asfalt toen ik de dag na het ongeluk in Mischa’s auto naar Queens reed, ka-deng, ka-deng, ka-deng: een regelmatig, aangenaam ritme, een hartslag, die leek te benadrukken dat het leven doorging op de plek waar ik naartoe reed.[2]
    ▸ het geluid van de naden in het asfalt toen ik de dag na het ongeluk in Mischa’s auto naar Queens reed, ka-deng, ka-deng, ka-deng: een regelmatig, aangenaam ritme, een hartslag, die leek te benadrukken dat het leven doorging op de plek waar ik naartoe reed.[2]
  1. ↑
    Victoria Holt
    “De bruid van Pendorric” (1973), SAGA Egmont, ISBN 9788726955583
  2. 1 2
    Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500