Naar inhoud springen

doft

Uit WikiWoordenboek
  • doft
enkelvoud meervoud
naamwoord doft doften
verkleinwoord

dedoftv/m

  1. zitbank in een roeiboot
  2. (bargoens) netjes
vervoeging van
doffen

doft

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doffen
    • Jij doft. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doffen
    • Hij doft. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van doffen
    • Doft! 
39 %van de Nederlanders;
18 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

doft

  1. geur