disagio
Uiterlijk
- dis·agio
- Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘de mindere waarde van een valuta t.o.v. de pariteit’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | disagio | - |
| verkleinwoord | - | - |
het disagio o
- (economie) bedrag dat een munt of waardepapier minder waard is dan het bedrag dat erop aangegeven staat (nominale waarde)
- verlies dat optreedt bij het wisselen van geld
- Het woord disagio staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "disagio" herkend door:
| 25 % | van de Nederlanders; |
| 20 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "disagio" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ disagio op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 25 %
- Prevalentie Vlaanderen 20 %