disagio

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·agio
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘de mindere waarde van een valuta t.o.v. de pariteit’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord disagio -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

disagio o

  1. (economie) bedrag dat een munt of waardepapier minder waard is dan het bedrag dat erop aangegeven staat (nominale waarde)
  2. verlies dat optreedt bij het wisselen van geld
Antoniemen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
17 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen