diazepam

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·ze·pam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord diazepam
verkleinwoord diazepammetje diazepammetjes

Zelfstandig naamwoord

diazepam o

  1. slaapmiddel
    • Diazepam is een langwerkend slaapmiddel in de groep van de benzodiazepines. 
  2. een tablet met diazepam als werkend medicament, slaaptablet in het algemeen
    • Ach als ik niet kan slapen neem ik toch gewoon een diazepammetje 


Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be