desgelijks

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • des·ge·lijks
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

desgelijks

  1. evenzo, hetzelfde
    • En hij zal desgelijks behandeld worden. 

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl