dekt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dekt

Werkwoord

vervoeging van
dekken

dekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dekken
    • Jij dekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dekken
    • Hij dekt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van dekken
    • Dekt!