debuteerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·bu·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
debuteren

debuteerde

  1. enkelvoud verleden tijd van debuteren
    • Ik debuteerde. 
    • Jij debuteerde. 
    • Hij, zij, het debuteerde.