daim
Uiterlijk
- daim
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | daim | |
| verkleinwoord |
het daim o
- (België) zacht leer
- Het woord daim staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "daim" herkend door:
| 12 % | van de Nederlanders; |
| 65 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ daim op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: daim (Lyon) (hulp, bestand)
- IPA: /dɛ̃/
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord | |
| mannelijk | daim | le daim | daims | les daims |
| vrouwelijk | daine | la daine | daines | les daines |
daim m
- (evenhoevigen) Dama
damhert - damhertvlees
- damhertleer
- mannelijke vorm van daine
- ↑ daim (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 12 %
- Prevalentie Vlaanderen 65 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Evenhoevigen in het Frans
- Zoogdieren in het Frans