dagje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dag·je

Zelfstandig naamwoord

dagje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord dag
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.