dagers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·gers

Zelfstandig naamwoord

dagers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dager


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • da·gers
Naar frequentie 5218

Zelfstandig naamwoord

dagers

  1. genitief onbepaald mannelijk meervoud van dag