dactylus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dac·ty·lus
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘versvoet met één beklemtoonde en twee onbeklemtoonde lettergrepen’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • Afgeleid van het Griekse woord dáktylos ("vinger").
enkelvoud meervoud
naamwoord dactylus dactylen
dactyli
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dactylus m

  1. (letterkunde) een versvoet die bestaat uit een beklemtoonde lettergreep gevolgd door twee onbeklemtoonde lettergrepen
Antoniemen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  • Good, John Mason; Olinthus Gregory en Newton Bosworth (1819). Pantologia: A new cabinet cyclopaedia, comprehending a complete series of essays, treatises, and systems, alphabetically arranged; with a general dictionary of arts, sciences, and words. Uitg.: J. Walker. Dit werk bevindt zich in het publiek domein.