Naar inhoud springen

dacht

Uit WikiWoordenboek
  • dacht
vervoeging van
denken

dacht

  1. enkelvoud verleden tijd van denken
    • Ik dacht. 
    • Jij dacht. 
    • Hij, zij, het dacht. 
     'Zou kunnen. Eerst maar eens kijken hoe het gaat ' 'Maar ik dacht dat het je moeders lievelingsschilderij was?' 'Ik was mijn moeders lieveling,' zei hij. Met een nors lachje legde hij het pak op de balie.[1]
     Toen ik nog een drukke baan had, dacht ik constant na.[2]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be