dacht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dacht

Werkwoord

vervoeging van
denken

dacht

  1. enkelvoud verleden tijd van denken
    • Ik dacht. 
    • Jij dacht. 
    • Hij, zij, het dacht. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.