dacht
Uiterlijk
- Geluid: dacht (hulp, bestand)
- IPA: / dɑxt / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /dɑχt/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /dɑxt/
- dacht
| vervoeging van |
|---|
| denken |
dacht
- enkelvoud verleden tijd van denken
- Ik dacht.
- Jij dacht.
- Hij, zij, het dacht.
- Ik dacht.
- ▸ 'Zou kunnen. Eerst maar eens kijken hoe het gaat ' 'Maar ik dacht dat het je moeders lievelingsschilderij was?' 'Ik was mijn moeders lieveling,' zei hij. Met een nors lachje legde hij het pak op de balie.[1]
- ▸ Toen ik nog een drukke baan had, dacht ik constant na.[2]
- Het woord dacht staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dacht" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %