daalt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daalt

Werkwoord

vervoeging van
dalen

daalt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dalen
    • Jij daalt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van dalen
    • Hij daalt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van dalen
    • Daalt!