cuisson

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cuis·son
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord cuisson cuissons
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cuisson m

  1. de manier waarop een vis of vlees is bereid
    • Bij de kip en de gamba's komen gelukkig vingerdoekjes. De kip heeft de juiste cuisson, maar de gamba's zijn net iets te lang gegaard en de pasta maakt een futloze indruk, slap en nattig. [1] 
    • Neemt niet weg dat de lamskotelet zeer in de smaak valt: riante portie, topkwaliteit uit Nieuw-Zeeland en prachtige cuisson! [2] 
    • De cuisson is goed en met wat goede wil vinden we in de verte toch de typische smaak van zoetwatervis. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Tubantia 10-01-17 Geesberge mikt op breed publiek
  2. Tubantia Marco Bosmans 10-01-17 Zalm en crêpes: aan tafel
  3. Tubantia Dirk de Moor 11-01-17 Kwartel en snoekbaars aan de gracht