couture

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cou·tu·re
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord couture
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

couture v [2]

  1. modieuze maatkleding voor vrouwen meestal haute couture genoemd
    • De meeste ontwerpers struinen zelf vintagewinkels en markten af. The Vintage Showroom van Douglass Gunn (43) en Roy Luckett (52) is een van de weinige plekken met een speciaal voor ontwerpers samengesteld assortiment. „Ik schat dat er wereldwijd zo’n vijf vergelijkbare bedrijven bestaan”, zegt Gunn, die is gekleed in een Levi’s-spijkerbroek en een denim overhemd. „Ik ken er een paar in Japan en eentje in New York.” In Parijs zit Anouschka, gespecialiseerd in chique damesmode, met de nadruk op couture. The Vintage Showroom focust op mannenmode uit de vorige eeuw.[3] 
    • "Een labyrint is een beetje een gevaarlijke plek waar je naar binnen gaat, maar tegelijkertijd weet je dat het mogelijk is om een ​​uitweg te vinden. Ik denk dat het op een bepaalde manier mijn nieuwe avontuur in couture bij Dior vertegenwoordigt", legt Chiuri uit aan de pers.[4]  
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen