contractiliteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·trac·ti·li·teit
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

contractiliteit

  1. (medisch) vermogen zich te kunnen samentrekken, samentrekbaarheid
Vertalingen

Gangbaarheid