cohorte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·hor·te
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Latijn
enkelvoud meervoud
naamwoord cohorte cohorten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

cohorte v/m

  1. oude Romeinse legereenheid van 600 man, verdeeld in een aantal centuries
  2. (statistiek) groep
Synoniemen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be