circusvertoning

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·cus·ver·to·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord circusvertoning circusvertoningen
verkleinwoord circusvertoninkje circusvertoninkjes

Zelfstandig naamwoord

circusvertoning v

  1. (figuurlijk) malle vertoning, schertsvertoning
    • Het optreden van de directeur was een circusvertoning. 

Gangbaarheid