chocoladesaus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

vanilleijs met chocoladesaus
Uitspraak
Woordafbreking
  • cho·co·la·de·saus
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord chocoladesaus chocoladesauzen
chocoladesauzen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

chocoladesaus v/m

  1. een dikke, stroperige vloeistof gemaakt met chocolade
    • Doe nu het cacaopoedermengsel bij de slagroom en roer alles goed door. Maal de walnoten goed fijn met de 2 eetlepels suiker. Meng hieraan een kwart van de chocoladesaus, de rasp en het sap van een halve sinaasappel. [1] 
    • De panna cotta, het beroemde puddinkje, wordt hier met steeds een andere smaak geserveerd. Vandaag heeft de kok de room met rum gekookt. Ik proef van het bord van mijn gast en vind het geen succes. Het geeft een wat chemische nasmaak en ik verlang toch gewoon naar een zoete panna cotta met bessen of chocoladesaus. [2] 
    • Ook wat je combineert met je ijsje, is al dan niet belangrijk. Iris Daems: ,,Laat de hoorntjes en toppings zoals chocoladesaus en slagroom weg als je een ijsje wil eten. [3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen