chauffer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

chauffer

  1. (spreektaal) jatten, rausjen
    «Putain! Je me suis fait chauffer mon nouvel ordi!»
    Ze hebben verdomme mijn nieuwe computer gepikt!! [1]
  2. (spreektaal) heet worden
    «Ça va chauffer
    Daar komt herrie van. [1]
  3. (spreektaal) op heterdaad betrappen [1]

Verwijzingen