chargé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

chargé

  1. voltooid deelwoord (participe passé) van charger, letterlijk: "geladen"

Bijvoeglijk naamwoord

chargé

  1. (spreektaal) stoned high
    «Après ce pétard, j’étais complètement chargé
    Na die joint was ik compleet stoned. [1]

Verwijzingen