chantoir
Uiterlijk
- chan·toir
- Overgenomen van het Franse woord chantoir
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | chantoir | chantoires |
| verkleinwoord | chantoirtje | chantoirtjes |
- (aardrijkskunde) gat, holte, put waarin een beek stroomt en in de grond verdwijnt.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Afgeleid van het Waalse tchantwêre (kloof waar een stroom verdwijnt), van het Latijnse cantare (zingen)
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| chantoir | le chantoir | chantoirs | les chantoirs |
chantoir m
- (aardrijkskunde) chantoir; gat, holte, put waarin een beek stroomt en in de grond verdwijnt.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Aardrijkskunde in het Nederlands
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Aardrijkskunde in het Frans