butikslokaler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • bu·tiks·lo·ka·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Zweedse zelfstandig-naamwoordsvorm met het invoegsel -s-
Naar frequentie zeldzaam

Zelfstandig naamwoord

butikslokaler

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van butikslokal
    «Två nya butikslokaler har invigts i Borlänge centrum.»
    Twee nieuwe winkelruimte werden geopend in het centrum van Borlänge.