buitenom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·om
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

buitenom [1]

  1. om de buitenzijde van het beschouwde heen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen