briefje
Uiterlijk
- brief·je
het briefje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord brief
- ▸ Maar het valt haar op dat Thea opstaat en bijna ontploft van spanning bij het zien van het briefje in Cornelia's uitgestrekte hand.[1]
- ▸ Ze klemt Jacobs briefje in haar vuist, en de bakstenen van haar jeugd verbrokkelen weer tot stof.[1]
- ▸ Vreemd dat we nooit zien door wie al die dingen worden gebracht, vind je niet?' 'Het is maar een briefje,' zegt Thea.[1]
- Het woord briefje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "briefje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- 1 2 3 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %