breeduit
Uiterlijk
- breed·uit
- samenstelling van breed en uit
breeduit
- zo breed mogelijk
- Hij zit breeduit op zijn stoel
- ▸ 'Danny grijnsde breeduit.[1]
- Het woord breeduit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "breeduit" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 83 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be