breeduit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breed·uit
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

breeduit

  1. zo breed mogelijk
    • Hij zit breeduit op zijn stoel 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.