bostel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bostel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bostel v / m [2]

  1. uitgetrokken, afgewerkt mout, bestaande uit de bolsters en de onoplosbare bestanddelen, dat als veevoer gebruikt wordt
Hyponiemen

Gangbaarheid

17 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen