bolide

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·li·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘luchtsteen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1895 [1]
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘raceauto’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1970 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord bolide boliden, bolides
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bolide

  1. v: zeer heldere meteoor
  2. m: snelle sportwagen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen