bloeiend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloei·end

Werkwoord

vervoeging van
bloeien

bloeiend

  1. onvoltooid deelwoord van bloeien
stellend
onverbogen bloeiend
verbogen bloeiende
partitief bloeiends

Bijvoeglijk naamwoord

bloeiend

  1. als een bloem of iets anders op zijn mooist is
    • De bloeiende rozen waren prachtig en roken heerlijk. 
    • 'In de schaduw van de bloeiende meisjes' is een roman van Marcel Proust. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.