blikje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
In de berm weggegooid blikje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blik·je

Zelfstandig naamwoord

blikje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord blik

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be