Naar inhoud springen

blikje

Uit WikiWoordenboek
In de berm weggegooid blikje
  • blik·je

hetblikjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord blik
     Niet dat het veel voorstelt, de tafel of de lunch, de laatste is een blikje pinda's uit de minibar van het hotel en een glas water, maar om twaalf uur lunchen beschaafde mensen en als Britt-Marie iets is, dan is ze beschaafd.[1]
     'Een rat,' zei oom Tony, waarna hij opstond om het blikje op te rapen.[2]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Frederik Backman
    “Britt-Marie was hier” (2015), Q, ISBN 9789021400679
  2. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be