berm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • berm
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘strook langs weg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1288 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord berm bermen
verkleinwoord bermpje bermpjes

Zelfstandig naamwoord

berm m

  1. de onverharde strook aan de kant van een weg of spoorweg
    • Na de slippartij kwam de vrachtauto in de berm terecht. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen