blader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bla·der

Werkwoord

vervoeging van
bladeren

blader

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bladeren
    • Ik blader. 
  2. gebiedende wijs van bladeren
    • Blader! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bladeren
    • Blader je?  [1]
Afgeleide begrippen

Verwijzingen


Noors

Woordafbreking
  • bla·der
Naar frequentie 8089

Zelfstandig naamwoord

blader

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van blad
Schrijfwijzen