biskopen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Woordafbreking
  • bis·ko·pen
Naar frequentie 9842

Zelfstandig naamwoord

biskopen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van biskop


Nynorsk

Woordafbreking
  • bis·ko·pen

Zelfstandig naamwoord

biskopen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van biskop