bewaakt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·waakt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bewaken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bewaken

bewaakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewaken
    • Jij bewaakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bewaken
    • Hij bewaakt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bewaken
    • Bewaakt! 
  4. voltooid deelwoord van bewaken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.