bevooroordelen
Uiterlijk
- be·voor·oor·de·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevooroordelen |
bevooroordeelde |
bevooroordeeld |
| zwak -d | volledig | |
bevooroordelen
- van een vooroordeel voorzien
- Het woord bevooroordelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.