bestraft

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·straft
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bestraffen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bestraffen

bestraft

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestraffen
    • Jij bestraft. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bestraffen
    • Hij bestraft. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bestraffen
    • Bestraft! 
  4. voltooid deelwoord van bestraffen