beschermde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·scherm·de

Werkwoord

vervoeging van
beschermen

beschermde

  1. enkelvoud verleden tijd van beschermen
    • Ik beschermde. 
    • Jij beschermde. 
    • Hij, zij, het beschermde. 
  2. verbogen vorm van beschermd, voltooid deelwoord van beschermen

Bijvoeglijk naamwoord

beschermde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van beschermd