beredeneerbaar
Uiterlijk
- be·re·de·neer·baar
- Naamwoord van handeling van beredeneren met het achtervoegsel -baar
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | beredeneerbaar | beredeneerbaarder | beredeneerbaarst |
| verbogen | beredeneerbare | beredeneerbaardere | beredeneerbaarste |
| partitief | beredeneerbaars | beredeneerbaarders | - |
beredeneerbaar
- Door beredeneren te verklaren
- Een vraag bij de Nationale Wetenschapsquiz moet beredeneerbaar zijn, het mag dus geen weetje zijn.
- Het woord 'beredeneerbaar' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.