bepakt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·pakt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bepakken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
bepakken

bepakt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bepakken
    • Jij bepakt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bepakken
    • Hij bepakt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bepakken
    • Bepakt! 
  4. voltooid deelwoord van bepakken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.