beneveld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ne·veld
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dronken’ voor het eerst aangetroffen in 1884 [1]
  • vervoeging van benevelen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel [2]

Werkwoord

vervoeging van
benevelen

beneveld

  1. voltooid deelwoord van benevelen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen