belligerare

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Latijn

Uitspraak
  • IPA: /belˈli.ɡe.raːrɛ/
Woordafbreking
  • bel·li·ge·ra·re
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief 1e pers. enk.
ind. praes. act.
1e pers. enk.
ind. perf. act.
supinum
bellīgerāre belligerō belligerāvī belligerātum
eerste vervoeging volledig

Werkwoord

bellīgerāre

  1. actief infinitief praesens van bellīgerāre
    1. oorlog voeren
  2. passief imperatief praesens enkelvoud van bellīgerāre
    1. voer oorlog!