bekenden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ken·den

Zelfstandig naamwoord

bekenden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bekende

Werkwoord

vervoeging van
bekennen

bekenden

  1. meervoud verleden tijd van bekennen
    • Wij bekenden. 
    • Jullie bekenden. 
    • Zij bekenden.