bedje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bed·je

Zelfstandig naamwoord

bedje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bed
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een gespreid bedje
Een situatie waarin alles al geregeld is, zodat men zelf niets meer heeft te doen