beatnik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • beat·nik
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord beatnik beatniks
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

beatnik m

  1. lid of aanhanger van de beatgeneratie

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
67 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl