beangstigend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ang·sti·gend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen beangstigend beangstigender beangstigendst
verbogen beangstigende beangstigendere beangstigendste
partitief beangstigends beangstigenders -

Bijvoeglijk naamwoord

beangstigend

  1. vrees inboezemend
    • De schuldencrisis werd door velen als een beangstigende zaak ervaren en dat deed het vertrouwen op de markten allerminst versterken. 
     Als lezer zult u zich nu ongetwijfeld afvragen hoe deze misstanden in onze moderne maatschappij in ’s hemelsnaam mogelijk zijn. Het antwoord hierop is zowel simpel als beangstigend: geld.[1]

Werkwoord

vervoeging van: beangstigen
verbogen vorm: beangstigende

beangstigend

  1. onvoltooid deelwoord van beangstigen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be