bangs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bangs

Bijvoeglijk naamwoord

bangs

  1. partitief van de stellende trap van bang


Engels

Werkwoord

bangs

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van (to) bang