balt
Uiterlijk
- balt
| vervoeging van |
|---|
| ballen |
balt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ballen
- Jij balt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ballen
- Hij balt.
- (verouderd) gebiedende wijs meervoud van ballen
- Balt!
- ▸ Hij balt zijn vuist, bedenkt zich, en slaat met zijn vlakke hand zo hard tegen het hoofd, dat het meisje zonder een kik te geven op de grond belandt, haar hoofd op de vloer.[1]
- Het woord balt staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Safae el Khannoussi“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125