baf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

Tussenwerpsel

baf

  1. plotseling hard geluid of harde klap
     Kom bal, kom maar. Baf, heerlijk op de schoen. De bal legt een zwiepende boog af, daalt precies op tijd, diagonaal, slaat met duizelingwekkende vaart in en vindt zijn rust tegen het vochtige net. Immers tolt op zijn benen. Het leven is vurrukkulluk.[1]
     Nu parkeert hij zijn zwarte Mercedes. Stapt uit. Legt aan. Lost een schot. De uit Syrië gevluchte Nadim Youssef valt, sterft hier op straat. Het eerste slachtoffer. En Tristan loopt door, naar binnen, het winkelcentrum in. Baf, baf, baf. Bloed op de vloer.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Willem Vissers op Wikipedia “'Ajax, zet Cruijff en Van Gaal aan tafel, al dan niet met boter'” (22-11-2011), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron Carla van der Wal “Vijf jaar na bloedbad: Tristan, dat stille joch in de klas” (10-01-2017), Tubantia