boem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boem

Tussenwerpsel

boem

  1. een nabootsing van een inslag of ontploffing
    • We stonden ernaar te kijken en, boem!, er vloog een auto bovenop. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.