avonds

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avonds

Zelfstandig naamwoord

avonds

  1. genitief van avond
    • Zooals de maaiers 's avonds huiswaarts gaan,
      verzadigd krachtig, in het hoog gezag
      des avonds met in 't oog vierkant de dag
      van licht, waardoor zij zwaaiend zijn gegaan.

      Zoo ga ik ook...[1]
       
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Sonnet van Herman Gorter